“Erkennen van ouders”

West-Europa (Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk) kent een type conservatief welzijnsregime dat het primaat van mannen op de arbeidsmarkt ondersteunt, maar ook mogelijkheden biedt aan vrouwen voor het combineren van betaald werk met gezinsverantwoordelijkheden.

In Duitstalige landen (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) is ook een type conservatief welzijnsregime, maar minder ondersteunend voor de arbeidsparticipatie van vrouwen dan landen in de West-Europa groep [zie noot1].

Scandinavië (Denemarken, Zweden, Finland, Noorwegen en IJsland) kent een regime met voornamelijk universele sociale voorzieningen, die tweeverdieners bevorderen en gendergelijkheid.

Bijdrage aan tweede kamer discussie “nummer 34605”.
Deze notitie is onderdeel van een Position paper van de Algemeen nut beogende instelling stichting Écht Scheiden zonder Schade. Het is gezonden op 28 februari 2020 aan de commissie justitie van de tweede kamer.

Initiatief wetsontwerp

Het erkennen van een kind door de ouder is een bewuste keuze om daadwerkelijk de verzorging van een kind op zich te nemen. De erkenner is bekend dat hij daarmee vader wordt, met alle verplichtingen en rechten van dien. Om die reden wordt de stap niet lichtvaardig genomen.

Op 15 november 2016 diende Vera Bergkamp een initiatief wetsvoorstel in voor ouderschap bij ‘ongehuwd zijn’. De grafiek laat zien dat het voorstel aansluit bij een algemene maatschappelijke trend die begon in de zestiger jaren van de vorige eeuw in Scandinavië. Sinds 1980 zien we het aantal geboorten buiten het huwelijk stijgen in de rest van Europa. Cijfers van Stockholm University tonen aan: een meerderheid van kinderen wordt ‘buitenechtelijk’ geboren. Het is een trend die al decennia lang aanhoudt:

Een slinkend deel van de bevolking is lid van een kerk. In algemene opvattingen speelt religie nog steeds een rol. Voor een lid van de katholieke kerk is huwen nog ín. Leden van de protestantse kerk wijken wat betreft opvattingen over huwelijk nauwelijks af van niet-kerkelijken [zie noot2].

Afnemende religiositeit ten gunste van de natuur-gezindheid


Volgens rekenmethoden van het Sociaal cultureel planbureau wordt het geregistreerd partnerschap vanaf 2014 als huwelijk aangemerkt. Dit sluit aan bij gewoonten in regio’s waar kerkelijk huwen minder gebruikelijk is zoals in Centraal- en Oost-Europa.

Ontwikkelingen: in de loop van de tijd wordt aanzienlijk minder gehuwd en vinden vaker scheidingen plaats. De woningbouw blijft achterop waardoor het krijgen van kinderen wordt uitgesteld. De gemiddelde leeftijd waarop het eerste kind geboren wordt, is vanaf 1974 tot 2012 opgelopen van 25 naar 29 jaar. Gevolg: een daling van de vruchtbaarheid van 2,6 tot 1,8 kinderen per stel gemiddeld. De vruchtbaarheidscijfers zijn daarmee gedaald tot onder het niveau dat nodig is voor het op peil houden van bevolking, dat wil zeggen 2,1 kinderen per stel.

Ondanks het verminderde aantal huwelijken en het toenemend aantal scheidingen, neemt het aantal vader-moeder verbintenissen nauwelijks af: het percentage vrouwen dat op 45 jarige leeftijd één of meerdere kinderen heeft gebaard, verminderde tussen 1980 en 2010 van 88 tot 82 procent.

Hoe dit kan: tegenover het dalen van het aantal huwelijken staat een stijging van het aantal samenwonenden. Het samenwonen alvorens huwen ontstond in kringen van uitwonende studenten. De periode van samenwonen kan een fase zijn voorafgaande aan het huwelijk. Soms wordt gewisseld van samenwoon partner. Het levert ervaringen op waardoor meer bewust een uiteindelijke keuze wordt gemaakt.

Door gebruik van anti-conceptie is het krijgen van een kind minder afhankelijk van het lot en vaker een bewuste gezamenlijke beslissing. Het samenwonen kan uitlopen in een verbond tussen twee ouders voor het leven. Het samenwonen stabiliseert zich tot een duurzame verbond. Het is een drukke periode waarin een huis wordt ingericht en kroost geboren wordt. Dit huwelijk is een voornaam verbond tussen twee mensen.

Indien het huwelijk wordt gevierd, is het vaak ná de drukke periode. Het heeft in de eerste plaats het karakter van een kennisgeving aan vrienden en familie en voltrekt zich minder ten overstaan van kerk of ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit ‘natuurlijke huwelijk’, de oervorm, heeft ondanks afnemende verzuiling van het religieuze leven standgehouden en is sinds enkele jaren de meest voorkomende vorm van huwelijk.

De staat van het recht is tot op heden achter gebleven bij deze ontwikkelingen. Gedeeld ouderschap en opvoeden in Nederland is kwetsbaar geworden, nu aan de erkenner van een kind nog altijd niet het gezag wordt toegekend zoals in het huwelijk of na ondertekenen van een partnerschap ter registratie.

Onverkort zijn geliefden aan elkaar gehecht en moeilijkheden op de woningmarkt versterken de onderlinge band. Daarnaast zijn verschuivingen in de geïndustrialiseerde wereld: de werkweek is verkort waardoor de vader meer tijd doorbrengt met zijn gezin. De man is tegenwoordig meer betrokken bij gezins-verantwoordelijkheden, vooral de zorg van kinderen [zie noot3]. Huishoudelijke apparaten hebben het werk in het huishouden verlicht. Meer vrouwen werken buitenshuis.

De inzet van subsidieerde jeugdzorg na het niet erkennen van huwelijken heeft deze weg voor velen afgegrendeld en de toestand eerder verergerd dan verbeterd. Het twee-verdienen en de daarmee gepaard gaande zelfstandigheid van huwelijkspartners heeft scheve ogen gebracht en conservatieve streken:

Al decennia lang komt de Nederlandse justitie praktijk onvoldoende overeen met het Europese verdrag voor rechten van de mens en het Kinderrechten verdrag. Haagse politiek liet groteske discrepanties bestaan omdat het parlement een stap zetten niet aandurfde of geen compromissen kon bereiken of heeft gemeend dat rechtspraak als vangnet de chaos in goede banen zou gaan leiden.

In plaats van in goede banen leiden is ongehuwd ouderschap decennia lang door de rechter bij gewoonte ontbonden indien na scheiding één partner de omgang met de andere partner ontzegde. De kwaliteit van het ouderschap van de andere ouder deed er niet toe. Niets gedeeld ouderschap, niets mensenrechten, niets kinderrechten. De geringste blijk van onenigheid tussen scheidende ouders was telkens weer aanleiding voor het standaard recept van eenzijdige toekenning van het kind aan de contact ontzeggende alleenstaande vrouw.

De niet erkend gehuwde vaders – bijna de helft van het totale aantal – werden ambtshalve verstoten door het justitie systeem, strafrechtelijk vervolgd en behielden slechts een onderhoudsplicht. Grootbrengen is een taak voor twee ouders, dus dikwijls liep het alleenstaand ouderschap mis en werd vervolgens ondertoezichtstelling of uithuisplaatsingen uitgesproken. Het leidde tot beroerde opvoedingssituaties en gemeenten werden gedwongen tot het opdraaien voor de oplopende hoge kosten. Wat vechtscheiding wordt genoemd, is in feite de complexe woede van politiek en rechtbank over de eigen onkunde, het alleenstaand product, het gescheiden kind, de verstoten vader en het jeugdzorg betalende gemeentebestuur.

Lokaal bestuur heeft middelen – verkregen uit sociaal-economische groei en bestemd voor sociale zekerheid – ingezet voor subsidiëren van alleenstaand ouderschap en levenslang thuiszitten. Het heeft wérkelijke vrouwen emancipatie en vaderschaps-aspiraties belemmerd. De vaders die het moesten ontgelden zijn of waren werkzaam in moderne en innovatieve branches zoals recycling, de energiesector, ICT. Jarenlang hadden zij te maken met het misnoegen van conservatieve kringen. Deze vaders moesten verzuimen van werk voor slepende juridische procedures. Dit deed jarenlang duurzame technologische groei in Nederland en Europa achterop raken.

Het leidde verder tot een lawine van alleenstaand ouderschap wat zo’n 60 procent opsoupeert van het jeugdzorg budget en leidt tot beroerde resultaten. Bovendien – en dat vinden de lokale besturen nog het ergst – de jeugdzorg uitgaven zijn voor hen niet langer betaalbaar. Voor de kerst is hierover geschreven naar de vaste kamer commissie voor financiën:

In totaal zijn in 2016 bijna 50.000 stellen met minderjarige kinderen uit elkaar gegaan, 27.000 gehuwden en 23.000 samenwonend waarbij 86.000 minderjarige kinderen waren betrokken [zie noot4]. In geval van samenwonen wordt in het algemeen geen gezag toegekend aan vader, ondanks de norm Twee ouders na scheiden en de publicatie van het Consensusrapport over de beste opvoedingspraktijken na scheiden [zie noot5].

Vanwege het ontbreken van kritische zelf-reflexie, omgevingsbewustzijn, samenhang en uitwisseling, wordt door de rechtskundige professionals geen eigenaarschap voor Justitie en Veiligheid gevoeld. De naar binnen gerichte cultuur heeft een belemmerende werking op collectieve kwaliteitsontwikkeling en verbetering in het perspectief van een veranderende samenleving [zie noot6]. De juridische praktijk van geen gezag toekennen aan vader, bracht naast gevolgen voor ongehuwde vaders de rest van het familierecht naar beneden:

Intussen ziet 1/5 deel van kinderen nooit meer hun vader en 1/20 ziet nooit meer hun moeder.

Een aantal van kinderen die het treft zijn inmiddels 18 jaar of ouder echter zijn dikwijls kinderen gebleven vanwege falende familie justitie. Zij verkeren in isolement in oude dorpen, zitten als voortijdig schoolverlater werkloos op de bank.

Inmiddels heeft de kinderopvang toeslagenregeling van de belastingdienst de aandacht. De minister van financiën zal de vaste tweede kamer commissie van financiën antwoorden op de brief en de commissie zal ons hierover berichten.

Vruchtbaarheid

Het is gewenst dat de Nederlandse bevolking getalsmatig op peil blijft en dat iedereen zich staande kan houden in de samenleving [zie noot7]. Enerzijds komen mensen op jongere leeftijd tot ontwikkeling, anderzijds krijgt men gemiddeld op steeds latere leeftijd het eerste kind. In andere delen van Europa is cohabitatie vanaf de tienerjaren meer gewoon [zie noot8]. Met de toenemend ongelijke verdeling van woningbezit over generaties, is het inwonen van tiener-ouders bij hun ouders een optie. In een latere fase, wanneer de grootouders kleiner gaan wonen, vindt het jonge huishouden de ruimte voor zelfstandig wonen.

In 2014 was een wetswijziging waardoor partners in een geregistreerd partnerschap gezamenlijk gezag verkregen. Opdat vader niet afhankelijk is van een handtekening van moeder. Ervaring hiermee opgedaan, heeft geen risico aan het licht gebracht. Advies: neem wetsvoorstel nummer 34605 van Bergkamp en van Gent aan.

Bert Kerkhof
Bachelor sociale wetenschappen
https://www.linkedin.com/in/bertkerkhof

Noten:

  1. Oláh, Livia (2015) Changing families in the European Union: trends and policy implications.
  2. Kalmijn, Matthijs (2007) Explaining cross-national differences in marriage, cohabitation, and divorce in Europe, 1990-2000.
  3. Oláh, Livia (2001) Gender and family stability: Dissolution of the first parental union in Sweden and Hungary.
  4. Wodc factsheet 2019-1.
  5. Tavecchio, Louis en Stams, Geert Jan (2017) Het Consensus report van Richard Warshak. https://vaderkenniscentrum.nl/presentatie-louis-tavecchio-10-november-2017/
  6. Sylvester Joice. Nationale Ombudsman (2019) Rapport visitatie gerechten 2018.
  7. Latten, Jan, Volkskrant interview 23 sep 2018: Steeds meer Nederlanders betekent ook steeds meer segregatie.
  8. Hajnal, J. (1965). European marriage patterns in perspective, in D. V Glass and D. E. G Eversley (eds.): Population in History: Essays in Historical Demography. London: Edward Arnold, pp. 101-143.

Bijlage: Reactie op het advies van de Raad van State

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: