Toespraak van Doeko Bosscher bij de promotie van Ad van Liempt

“Meneer de promovendus, beste Ad,

Ik mag je persoonlijk toespreken. Jouw twee promotoren hebben de taken verdeeld: Hans Renders is net door de rector gemachtigd, jou zo meteen tot doctor in de letteren uit te roepen. En ik spreek je toe.

Doctor ben je trouwens al (..) Met alle respect voor de universiteit van de hoofdstad des lands, de vandaag verstrekte titel is een graadje échter. Niet omdat het niet over Groningen gaat maar omdat er een proefschrift aan ten grondslag ligt dat volgens de regels van de wet is bégeleid en beoordeeld. Er zijn landen waar iemand in zo’n situatie doctor doctor moet zijn. Maar dat zie ik jou nog niet zo gauw doen, als je de eerste titel al niet voert.”

Vervolgens ging Bosscher in op kritiek die onlangs in Het Parool was op het werk van van Liempt:

“Iedereen kent de details: Hoge bomen vangen veel wind. Soms wordt de wind een orkaan. Een deel van de windkracht lijkt gestoeld te zijn op het misverstand dat een doctoraat een heiligverklaring is, een volle aflaat. Maar de vraag of jij in de hemel komt, heeft hier (..)

2019-05-09 Foto gemaakt door Ton van den Berg
Foto: Ton van den Berg

Misschien kunnen we ná vandaag ‘eind goed al goed’ zeggen, als iedereen met eigen ogen heeft kunnen zien dat jouw inspanningen van de laatste jaren een boek hebben laten ontstaan waarvan Albert Konrad Gemmeker móet hebben gehoopt dat het nooit geschreven zou worden. Hij was zoals je ook vertelt een meester in het verstoppen van zijn geheimen. De vraag of wat Albert Konrad wist wat de gedeporteerden in het oosten te wachten stond, wordt in dit boek met een krachtig ‘ja’ beantwoord. Ook al moet je erkennen dat in de archieven geen rood pistool te bekennen is, is de circumstantial evidence zo sterk en zo onbetwistbaar dat geen twijfel meer hoeft te bestaan.

Het bijzonder gerechtshof liet hem met een (..) tien jaar wegkomen, waarvan er ook nog eens slechts zes zijn uitgezeten. Als dat gerechtshof zou hebben geweten wat nu bekend is, zou hij de doodstraf hebben gekregen. Je hoeft geen jurist te zijn om dat zéker te weten. En ook zou in zijn geval de doodstraf werkelijk zijn uitgevoerd. Er werden in Nederland een kleine 200 doodvonnissen uitgesproken, maar slechts één-vijfde daarvan is geëffectueerd.

Het meest opmerkelijke daaraan is het geringe aantal Duitsers dat veroordeeld werd. Een kleine minderheid. Ook onder degenen die een lange gevangenisstraf moesten uitzitten waren er maar weinig Duitsers. Van de 180 mannen die bij de viering van 10 jaar bevrijding in 1955 nog in de Bredase koepel zaten, hadden slechts 29 de Duitse nationaliteit. Er werden zoals jij uitlegt voor Duitsers milde maatstaven gehanteerd. Omdat zij door jaren van nazi propaganda geïnfecteerd zouden zijn geraakt, wat als een verontschuldigend factor werd beschouwd. Volgens mij een bizar argument, maar zo wás het.

De milde benadering van de Duitse schuldigheid had zeker ook te maken met de koude oorlog die West Duitsland de status van onmisbare bondgenoot bezorgde, een land dat we te vriend moesten houden. Maar koude oorlog of geen koude oorlog, áls ze jouw proefschrift bij de hand hadden gehad, dan zou Gemmeker de rechtsgang niet hebben kunnen navertellen.

Er is uit jouw boek nog wel een kleine troost te putten, bij alle frustratie die het oproept over het gebrek aan justitiële doortastendheid. Gemmeker heeft tot kort voor het einde van zijn leven de hete adem van het Duitse openbaar ministerie in zijn nek gevoeld. En dat is tenmínste iets.

Er is sinds een aantal jaren geleden in geschiedschrijving een soort school in opkomst die vraagtekens zet bij de wetenschappelijke belangstelling voor de daders van de shoah, de holocaust. Dit vraagteken is zelfs bijna een taboe geworden. Belangstelling voor de daders impliceert – zo is de redenering – dat je hen vermenselijkt. En vermenselijking is de eerste stap naar het goedpraten van hun daden.

Jouw proefschrift laat zien dat belangstelling voor daders en voor wat hen motiveert, in de verste verte niet gepaard hoeft te gaan met vergoelijking van wat zij op hun kerfstok hebben. Juist het tegendeel gaat hier op. Je schets het miezerige leven van een kleine krabbelaar die zich slaafs conformeert aan de heersende moraal en zo opklimt in de rangen van het derde rijk. Welbeschouwd beschikte hij slechts over een soort capaciteiten dat van pas kwam toen hij, na zijn pseudo straf te hebben uitgezeten, bediende werd in een sigarenwinkel.

Breng je zo iemand in een positie waarin hij daadwerkelijk macht kan uitoefenen, dan ontpopt hij zich als een eersteklas misdadiger. Zijn macht stijgt de kleine krabbelaar meteen naar het hoofd als hij over leven en dood kan beschikken. De geboren uitvoerder van orders zet zijn beste beentje voor en wordt een kille medeplichtige aan genocide. Willens en zoals wij nu weten: ook wetens.

Als we de generaties voor wie de Tweede wereldoorlog zo langzamerhand een abstractie wordt nog willen bereiken, dan moeten we de bomen achter het bos van de abstractie zichtbaar maken. De oorlog ging wel degelijk over goed en kwaad. Ieder mens had een keus, ook als je niet voor het heldendom geboren bent, dan kan het fatsoen je de weg wijzen en je tot een held maken.

De rattenvangers en de kleine krabbelaars in hun kielzog moet een halt worden toegeroepen vóór zij het kwaad waarin zij geen kwaad zien, kunnen aanrichten. Dit proefschrift biedt daarvoor allerlei aanknopingspunten.

Tenslotte een persoonlijke opmerking. Persoonlijk over jou en ook over mij want ik noemde mijn vader met wie ik vaak lange gesprekken had over de oorlog. Zijn oorlogsverhaal, wat ik trouwens uit hem moest trekken, was niet opzienbarend. Wel internering achter prikkeldraad en onderdak en nog zo wat, maar hij had van de oorlog één ding geleerd: Als ik hem in een ander verband wel eens vroeg of hij die en die persoon een aardige man vond, dan werd hij stil. Hij legde zijn pijp neer, hij zette zijn bril af en zweeg. En na verloop van tijd zei hij dan: ‘ja ja, heel aardig, heel aardig’. Maar dat zegt men sinds de oorlog niet zo veel meer.

We zien nog maar twee soorten mensen. Er zijn mensen bij wie je wél en bij wie je niét kunt onderduiken. Ad, ik ken je door en door, als de nood aan de man komt dan durf ik bij jou aan te kloppen.”

Doeko Bosscher is een Nederlands historicus en schrijver.

– – – –
Noot van de Childinstress redactie:
De laatste executies vonden plaats op 21 maart 1952. Koningin Juliana vond de doodstraf minder gepast en verleende daarom vaak gratie. Van de 154 mensen die direct na de oorlog tijdens een proces de doodstraf kregen werd aan 115 van hen in hoger beroep een vervangende straf opgelegd.
– – – –

Zie ook:

Zevenentwintig jaar na de moord op burgerrechten leider Medgar Evers, is de blanke supremacist Byron de la Beckwith voor de derde keer beschuldigd van moord. Twee processen in 1964 eindigden zonder besluit van de geheel uit blanken bestaande jury’s. Maar openbare aanklagers zeggen dat ze nieuw bewijsmateriaal en nieuwe getuigen hebben gevonden na een onderzoek van 14 maanden:  Lees verder

Een gedachte over “Toespraak van Doeko Bosscher bij de promotie van Ad van Liempt

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: